Beperking van de vrijstelling inzake uitvoer gerelateerde vervoersdiensten opgeschort voor onbepaalde duur

Na de twee eerdere updates rond de implementatie van de beperking inzake de vrijstelling voor uitvoergerelateerde vervoersdiensten, komen we een derde keer hierop terug. Zoals in onze nieuwsbrief van het voorjaar vermeld, werd de inwerkingtreding van deze maatregel in principe verschoven naar 1 september 2022. Echter is er tijdens de zomerperiode opnieuw beslist om nog niet over te gaan tot inwerkingtreding na veelvuldig overleg met de sector.

julian-hochgesang-3-y9vq8uoxk-unsplash



De Circulaire beoogde om de vrijstelling van artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek voor zuivere transportdiensten, nog slechts toe te passen in de verhouding tussen enerzijds de dienstverrichter en anderzijds de afzender of de ontvanger van de uit te voeren goederen. Van zodra er een beroep gedaan zou worden op een onderaannemer voor het verrichten van de goederenvervoerdienst, kan de dienst verricht door de onderaannemer niet van de btw worden vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek.
Eerst en vooral kwam veelvuldig aan bod dat het een enorme extra administratieve last geeft aan de sector zonder dat de Schatkist hier enig iets aan zal overhouden. Een tweede belangrijke kanttekening betreft het concurrentiële nadeel aangezien nog niet alle lidstaten zijn overgegaan tot implementatie.

Hierdoor heeft ook België beslist om een aantal vragen hierover aan de Europese instanties te stellen. In afwachting van hun antwoord, zal de implementatie voor onbepaalde duur opgeschort worden. Deze saga krijgt ongetwijfeld nog een interessant vervolg.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp?
Contacteer nu de expert van HLB:

nike.debruyn@hlb.be

Gecertificeerd belastingadviseur
+32 3 449 97 57

Nike De Bruyn

Share