Actua

Autofiscaliteit: btw & groene opties: laadpalen

Geschreven door Nike De Bruyn | 01 februari 2022

De autofiscaliteit is populair de laatste tijd binnen regeringskringen en al zeker de groene autofiscaliteit. De aandacht lag hierbij de afgelopen periode vooral op de hervorming van de aftrekbaar inzake vennootschapsbelasting om naar een groener autopark te groeien.

Qua btw-aftrek voor gemengd gebruikte voertuigen zijn de regels ondertussen al bijna tien jaar ongewijzigd en wordt er voorlopig weinig onderscheid gemaakt tussen een “groene” of een milieuvervuilende wagen. Hierbij is vooral het beroepsgebruik een belangrijke parameter om het recht op aftrek te bepalen. De btw-wetgeving stond wel nog achter om een standpunt in te nemen rond de btw-behandeling en het recht op aftrek met betrekking tot laadstation. Vlak voor jaareinde kwam daar verandering in door de publicatie van een circulaire rond “de installatie van laadstations voor elektrische voertuigen en leveringen en diensten met betrekking tot die laadstations”.

Definitie laadstation en btw-behandeling

De circulaire start met een definitie te geven van het begrip laadstation waaronder zowel laadpalen als laadpunten worden verstaan.

De levering met plaatsing van een laadpaal die hierbij “ingelijfd” wordt in de grond, wordt beschouwd als werkzaamheden van onroerende staat. Bij een laadpunt is deze inlijving er meestal niet en als gevolg daarvan wordt de installatie ervan in principe niet geacht werk in onroerende staat te zijn. Echter wordt er hierbij een uitzondering gemaakt aangezien het toch gaat om een aanhechting aan het gebouw of aan de elektrische installatie van dat gebouw. Indien geen van bovenstaande toepassingen van kracht zal zijn, betreft het tenslotte een levering met installatie.

Dit betekent dat zowel bij kwalificatie in werkzaamheden van onroerende staat als bij levering met installatie, de plaats van het onroerend goed bepalend zal zijn. Wanneer de onderneming, opslagruimte, productiehal of woning waar de laadpalen worden geplaatst in België gelegen is, zal er Belgische btw (al dan niet via verlegging) verschuldigd zijn.

Recht op btw-aftrek over de plaatsing

Verder verduidelijkt de nota de toepasselijke regels rond het recht op aftrek. Een eerste belangrijke toelichting betreft het feit dat de installatiekosten niet als autokosten worden aangemerkt. Bijgevolg is de aftrekbeperking tot maximum 50% niet aan de orde.

Wanneer het laadstation geplaatst zal worden bij de onderneming om deze te gebruiken in het kader van haar economische activiteit bij het verrichten van haar belastbare handelingen zal er bij een gewone belastingplichtige een volledig recht op aftrek kunnen uitgeoefend worden over de kosten van de installatie. Bij een gemengde belastingplichtige zal er uiteraard ook een beperkt recht op aftrek zijn.

Daarnaast wordt ook gesproken over de installatie van een laadstation bij een werknemer door de werkgever. Wanneer hiervoor opnieuw een vergoeding (bijvoorbeeld afhouding nettoloon) wordt aangerekend (waarover btw van toepassing is en dewelke minstens een normale waarde betreft), zal er opnieuw een volledig recht op aftrek zijn in hoofde van de werkgever mits deze een gewone belastingplichtige betreft met volledig recht op aftrek.

Wanneer er geen vergoeding wordt aangerekend, het laadpunt wordt “gratis” ter beschikking gesteld, zal het recht op aftrek in hoofde van de werkgever beperkt worden in functie van het beroepsgebruik van de elektrische wagen die tevens ter beschikking wordt gesteld aan de werknemer. (Bepaling van het beroepsgebruik dus aan de hand van een rittenadministratie, de semi-forfaitaire methode of het forfait). Hierbij is wel een belangrijke kanttekening te maken, de beperking van maximum 50% recht op aftrek zal enkel van toepassing zijn op de wagen en niet op het laadstation. Dit betekent dat wanneer het beroepsgebruik op basis van de semi-forfaitaire methode bijvoorbeeld op 60% uitkomt, dat het recht op aftrek van btw over de kosten van de installatie van het laadstation 60% zal zijn, terwijl het recht op aftrek over de kosten van de wagen 50% zal zijn.

Het laatste gedeelte van de circulaire handelt over de btw-behandeling van de afname en levering van elektriciteit via laadpunt. Mochten hierover vragen zijn, kan u steeds terecht bij u HLB contact.